Besox

Gezinsleden van langdurig ingezetenen vrijgesteld van arbeidskaart

30 Oktober 2017

Sinds de 6de staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen. De federale overheid bleef echter bevoegd voor de normen betreffende de arbeidskaart afgeleverd in het kader van de specifieke verblijfssituatie van de betrokken persoon.

Familieleden van de buitenlandse onderdanen die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen, konden tot nu toe in België werken met een arbeidskaart B

De Europese Commissie wees er echter op dat de richtlijn over het recht op gezinshereniging vereist dat de gezinsleden kunnen werken onder dezelfde voorwaarden als de langdurig ingezetene zelf.

Daarom worden de echtgenoot en de kinderen van de buitenlandse onderdaan, die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen, voortaan vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart voor zover de buitenlandse onderdaan vrijgesteld is van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart.

Concreet betekent dit dus dat zowel de langdurig ingezetene als de familieleden vrijgesteld zullen zijn van arbeidskaartverplichtingen na de eerste 12 maanden van tewerkstelling.

Het K.B. treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, dus op 2 november 2017.

 

Bron: K.B. van 8 oktober 2017 tot wijziging van het K.B. van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, aangaande de gezinsleden van de langdurig ingezetenen, B.S. 23 oktober 2017.