Besox

Verenigingswerk: inning solidariteitsbijdragen en modelovereenkomst officieel

12 Mei 2021

Sinds 1 januari 2021 werd er een nieuwe regeling uitgewerkt rond het verenigingswerk in de sportsector. Hierdoor is het, onder bepaalde voorwaarden, voor een verenigingswerker mogelijk om op een fiscaal vriendelijke manier prestaties te leveren voor een sportvereniging. Ook voor de vereniging is het een voordelig systeem, zij dient enkel een solidariteitsbijdrage van 10% op de betaalde vergoedingen te betalen.

De manier waarop deze solidariteitsbijdrage zou geïnd worden, was echter nog onduidelijk. In het Belgisch Staatsblad van 30 april 2021 werd een koninklijk besluit gepubliceerd dat hier duidelijkheid in brengt.

Uiterlijk op de 5dedag van de tweede maand, volgend op het kwartaal, ontvangt elke vereniging in de e-Box (of op papier) een factuurvan de RSZ met de definitief verschuldigde solidariteitsbijdragen. De berekening ervan gebeurt op basis van de verenigingswerkaangiftes ingediend via de onlinedienst. De betalingstermijn loopt tot het einde van de tweede maand volgend op het kwartaal.

De facturen met betrekking tot het eerste kwartaal 2021 zijn dus onlangs verzonden. De factuur is eveneens te raadplegen door in te loggen op de onlinedienst ‘verenigingswerk’. Deze factuur moet betaald worden ten laatste op 31 mei 2021.

Wanneer een vereniging gebruik wenst te maken van het systeem van verenigingswerk moet deze steeds een overeenkomst voor verenigingswerk sluiten met de verenigingswerker. Hiervoor dient een verplicht model gebruikt te worden. Dit model was al langer terug te vinden op de website www.verenigingswerk.be, maar werd in het Belgisch Staatsblad van 22 april 2021 nu ook officieel gepubliceerd.

Bron: Koninklijk besluit van 22 april 2021 tot uitvoering van artikel 58, tweede lid, van de wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk, BS 30 april 2021; Koninklijk besluit van 8 april 2021 tot vaststelling van het model van de standaardovereenkomst voor verenigingswerk bij uitvoering van artikel 6 van de wet van 24 december 2020 betreffende