Besox

Werkzoekende moet zich tijdig inschrijven om sancties te vermijden!

3 Mei 2019

Een werkzoekende moet zich steeds inschrijven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling bevoegd voor zijn woonplaats wanneer hij aanspraak wil maken op werkloosheidsuitkeringen. In Vlaanderen moet de inschrijving gebeuren bij de VDAB.

In het Belgisch Staatsblad van 19 april 2019 is een koninklijk besluit verschenen dat bepaalt dat in de volgende gevallen de werkzoekende twee maanden de tijd heeft om zich in te schrijven, nl.:

  • vanaf de dag waarop de werknemer gedurende de opzeggingstermijn minstens gedeeltelijk vrijgesteld werd van prestaties;
  • vanaf de dag van aanvang van een periode gedekt door een beĂ«indigingsvergoeding die als loon wordt beschouwd, zoals een verbrekingsvergoeding, een niet-concurrentievergoeding, een uitwinningsvergoeding,…

De termijn van twee maanden kan verlengd worden met de volgende dagen:

  • een werkhervatting als loontrekkende of in een beroep waardoor de werknemer niet onder de sociale zekerheid, sector werkloosheid, valt;
  • een arbeidsongeschiktheid in de zin van de wetgeving op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
  • een uitputting van betaalde vakantie waarop de werknemer aanspraak kan maken;
  • een voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving.

Wanneer de werkzoekende zich niet tijdig inschrijft, kan hij gedurende 4 weken van werkloosheidsuitkeringen geschorst worden.

Op de C4 zal wellicht een extra vermelding komen om de werkzoekende op zijn verplichting te wijzen.

Vorige week meldden we u al dat indien u een werknemer vrijstelt van prestaties tijdens de opzeggingstermijn, u de betrokken werknemer schriftelijk moet informeren van zijn verplichting om zich binnen de maand nadat de vrijstelling is toegekend, in te schrijven bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.

Beide bepalingen zijn dus niet op mekaar afgestemd. Daarom is het mogelijk dat er nog een wetswijziging zal plaatsvinden. Wij houden u uiteraard op de hoogte!

Bron: Koninklijk besluit van 7 april 2019 tot wijziging van de artikelen 51 en 52bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, B.S. 19 april 2019.