Besox

Nieuwe functieclassificatie voor pc 323

12 Mei 2020

De sociale partners van de vastgoedsector (PC 323) ondertekenden een cao die een nieuwe functieclassificatie invoert. Hoewel deze cao géén revolutie teweegbrengt, is er toch één en ander om rekening mee te houden.

Een functieclassificatie is een model waarbij de verschillende functies die voorkomen (in dit geval in de vastgoedsector) klasseert in verschillende categorieën, waarbij aan elk van de categorieën een barema toegekend wordt.

De functieclassificatie in PC 323 bestaat uit 22 referentiefuncties, (3 dienstbodenfuncties, 4 arbeidersfuncties en 15 bediendenfuncties) ondergebracht in 7 categorieën. De 22 referentiefuncties kregen elk een functietitel en één of meerdere alternatieve functietitels. De functietitel op zich laat echter niet toe de inschaling te doen. Dat gebeurt op basis van de inhoud van de functie.

Wat moet er concreet gebeuren?

  • Alle functies in alle bedrijven in PC 323 moeten ingeschaald worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de werkgevers.
  • Voor alle functiehouders moet het juiste barema bepaald zijn.
  • Voor alle functiehouders moet het loon getoetst worden aan het loonakkoord 2019-2020. Dit staat strikt genomen los van de classificatie, maar valt er wel – qua timing – mee samen.

Hoe inschalen?

Inschalen gebeurt in principe in 3 eenvoudige stappen:

  • Eerst moet een gedetailleerde functiebeschrijving opgemaakt worden van alle functies die in het bedrijf aanwezig zijn (in bijlage vind je een model van functiebeschrijving)
  • Daarna moeten de beschreven functies vergeleken worden met de sectorale referentiefuncties
  • De functies krijgen dan de functieklasse van de referentiefunctie waar ze bij aansluiten

Inschalen van functies die afwijken van de referentiefuncties

  • In dat geval moet worden gekeken in welke mate de functie afwijkt van de referentiefunctie die het dichtst aansluit bij de functie.
  • Is de afwijking minimaal, dan krijgt de functie de klasse (of categorie) van de referentiefunctie.
  • Is de afwijking aanzienlijk, dan wordt de functie vergeleken met referentiefuncties uit een hogere en een lagere categorie, en krijgt ze de categorie van de hogere of lagere functie waar ze bij aanleunt.

Hier vind je de volledige handleiding.

Wanneer er totaal geen referentiefunctie is die overeenkomt met de functie, dan wordt gebruik gemaakt van de functieniveaumatrix. De functieniveaumatrix laat toe op basis van ‘niveau-indicatoren’ een functie toe te wijzen aan een bepaalde klasse. Deze indicatoren zijn voor elk van de klassen beschreven volgens op voorhand vastgelegde criteria.

Hier vind je de volledige handleiding.

De 22 referentiefuncties met hun beschrijvingen, hun functietitel(s) en de categorie (of klasse) waartoe ze behoren

Wat als werkgever en werknemer het niet eens raken?

De inschaling is zoals gezegd de verantwoordelijkheid van de werkgever … maar de werknemer moet zich wel kunnen vinden in het resultaat. Ingeval van onenigheid is de mogelijkheid voorzien om beroep aan te tekenen (dubbele beroepsprocedure: intern en extern). Werkgever en werknemer kunnen zich laten begeleiden door een expert van één van hun representatieve organisaties of door een expert van het Sociaal Fonds. Externe beroepen moeten aan het Sociaal Fonds overgemaakt worden.

De ervaring en het barema bepalen.

Ervaring beperkt zich tot relevante ervaring, dit zijn de periodes van (…) beroepsprestaties (…) waarvan de opgebouwde kennis en competenties relevant zijn voor de uitgeoefende functie, en dit los van het feit of de prestaties uitgevoerd werden als loontrekkende, zelfstandige of uitzendkracht. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deeltijdse en voltijdse beroepsprestaties. Bepaalde schorsingen van de arbeid/samenwerkingsovereenkomst worden gelijkgesteld. (bijv. moederschapsverlof, tijdskrediet, … ).

Hoe wordt relevantie van ervaring bepaald, en wanneer moet dat gebeuren?

Is altijd volledig relevant: ervaring in een gelijkaardige functie in dezelfde sector

Is altijd minstens gedeeltelijk relevant: ervaring in de onderneming; ervaring in de sector en ervaring in een gelijkaardige functie in een andere sector

De ervaring moet bepaald worden (1) bij invoering van de functieclassificatie (nú dus), (2) bij aanwerving en (3) bij (elke) overgang naar een hogere (of lagere) categorie (verandering van functie). In elk van de drie gevallen moet ze overeengekomen en schriftelijk vastgelegd worden.

Hebt u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met uw dossierbeheerder!