Besox

Welke verplichtingen heeft een SWT-er vanaf 1 januari 2015?

23 Januari 2015

De regering besliste om het stelsel van SWT grondig te wijzigen vanaf 1 januari 2015.

Vandaag geven we jullie een overzicht van de verplichtingen voor SWT-ers, die vanaf 1 januari 2015 uitgebreid werden.

Passieve beschikbaarheid

Vanaf 1 januari 2015 moet elke SWT-er, ongeacht zijn leeftijd en beroepsverleden en ongeacht het stelsel op basis waarvan hij met SWT vertrekt, passief beschikbaar zijn tot de leeftijd van 65 jaar.

In de eerste plaats betekent dit dat hij opnieuw wordt ingeschreven als werkzoekende en dat de gewestinstelling voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding hem kan oproepen.

Er is slechts één uitzondering voorzien: enkel degenen die SWT-er waren vóór 1 januari 2015 én uiterlijk op 31 december 2014 60 jaar oud waren, zijn nog vrijgesteld van deze passieve beschikbaarheid.

Actieve beschikbaarheid

Vanaf 2015 moet elke SWT-er, ongeacht zijn leeftijd of beroepsverleden en ongeacht het stelsel op basis waarvan hij met SWT vertrekt, ook actief beschikbaar zijn tot de leeftijd van 65 jaar.

Een vrijstelling van actieve beschikbaarheid is mogelijk voor degenen die reeds SWT-er waren vóór 1 januari 2015 én uiterlijk op 31 december 2014 60 jaar oud waren.

Actieve beschikbaarheid houdt in dat een SWT-er actief inspanningen moet leveren om werk te vinden en actief moet meewerken aan opleidings-, begeleidings-, werkervarings- en inschakelingsacties die de gewestinstelling voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding hem aanbiedt. Bovendien wordt hij regelmatig opgeroepen om uitleg te geven over de geleverde inspanningen.

Verplichte inschrijving in een tewerkstellingscel

Bij de aankondiging van een collectief ontslag moeten werkgevers meestal een tewerkstellingscel oprichten. In deze tewerkstellingscel worden de werknemers, die ontslagen zijn in het kader van het collectief ontslag, begeleid.

Behalve in bepaalde uitzonderingsgevallen moeten werknemers zich inschrijven in de tewerkstellingscel en zich laten begeleiden.

Vóór 2015 kon een werknemer vrijgesteld worden van inschrijving op basis van het toepasselijke SWT-stelsel of van zijn leeftijd of beroepsverleden.

Vanaf 2015 moet elke SWT-er zich inschrijven in de opgerichte tewerkstellingscel en dit ongeacht zijn leeftijd of beroepsverleden en ongeacht het stelsel op basis waarvan hij met SWT vertrekt.

De SWT-er kan nog vrijgesteld worden van deze verplichting indien hij ontslagen werd vóór 1 januari 2015 én ofwel aanspraak maakt op SWT op basis van een erkenning van het bedrijf als zijnde in moeilijkheden of herstructurering en hij op het einde van de periode van de theoretische opzeggingstermijn of op het einde van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding ofwel 58 jaar is ofwel 38 jaar beroepsverleden bewijst ofwel aanspraak maakt op SWT op een andere basis dan de erkenning van de onderneming.

Outplacement

Het betreft enkel werknemers die:

  • geen aanspraak kunnen maken op een opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding van minstens 30 weken;
  • én minstens 45 jaar zijn op het ogenblik van het ontslag;
  • én minstens 1 jaar anciënniteit hebben op het ogenblik van het ontslag;
  • én werken in een arbeidsovereenkomst met een wekelijkse arbeidsduur die minstens de helft bedraagt van de arbeidsduur van een voltijdse werknemer.

Behalve in bepaalde uitzonderingsgevallen moeten bovenvermelde werknemers outplacement vragen, aanvaarden en volgen.

Vóór 2015 kon een SWT-er vrijgesteld worden van outplacement op basis van het toepasselijke SWT-stelsel of van zijn leeftijd of beroepsverleden.

Vanaf 2015 moet elke SWT-er outplacement vragen, aanvaarden en volgen en dit ongeacht zijn leeftijd of beroepsverleden en ongeacht het stelsel op basis waarvan hij met SWT vertrekt.

Een SWT-er moet geen outplacement vragen, aanvaarden of volgen indien hij ontslagen werd vóór 1 januari 2015 én ofwel aanspraak maakt op SWT op basis van een erkenning van het bedrijf als zijnde in moeilijkheden of herstructurering en op het einde van de theoretische opzeggingstermijn of op het einde van de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding ofwel 58 jaar is ofwel 38 jaar beroepsverleden bewijst ofwel aanspraak maakt op SWT op een andere basis dan de erkenning van het bedrijf.

Controlekaart

Een SWT-er mocht voorheen kiezen om ofwel in het bezit te zijn van een controlekaart waarop hij de verplichte vermeldingen aanbracht ofwel een specifiek formulier C99 in te vullen wanneer zich een situatie van niet-vergoedbaarheid voordeed.

Vanaf 2015 moet elke SWT-er een controlekaart bezitten voor de periode vóór de maand waarin hij 60 jaar wordt. Daarna mag hij opnieuw een keuze maken.

Degenen die reeds SWT genoten vóór 1 januari 2015 blijven ook vóór de leeftijd van 60 jaar verder vrijgesteld van de verplichting om in het bezit te moeten zijn van een controlekaart.

Arbeidsgeschikt zijn

Een SWT-er moe(s)t niet arbeidsgeschikt zijn. Bij arbeidsongeschiktheid kan hij een ziekte-uitkering van het ziekenfonds aanvragen of verder SWT-er blijven. Deze regeling blijft behouden.

Verplichting om in België te verblijven

Een SWT-er moet zijn hoofdverblijfplaats in België hebben en er ook effectief verblijven.

Tot eind 2014 kon de SWT-er vanaf 60 jaar echter in het buitenland verblijven indien hij zijn hoofdverblijfplaats in België behield. Concreet betekende dit dat hij meer dan 6 maanden effectief in België diende te verblijven. Een SWT-er jonger dan 60 jaar kon maximaal 4 weken per kalenderjaar in het buitenland verblijven.

Vanaf 2015 kan elke SWT-er niet meer dan 4 weken per kalenderjaar in het buitenland verblijven.

Iemand die al SWT-er was vóór 1 januari 2015 én uiterlijk op 31 december 2014 60 jaar was, kan verder in het buitenland verblijven, gedurende een periode langer dan 4 weken per kalenderjaar. Een definitieve verhuis naar het buitenland is nog steeds niet mogelijk, omdat de hoofdverblijfplaats in België behouden moet blijven.

Aanvatten van een nevenactiviteit

Een SWT-er kon tijdens zijn werkloosheid een nevenactiviteit aanvatten zonder zijn uitkering te verliezen.

Vanaf 2015 is dit niet meer mogelijk, tenzij betrokkene al SWT-er was vóór 1 januari 2015 én uiterlijk op 31 december 2014 60 jaar was.

Verrichten van activiteiten die betrekking hebben op uw eigen bezit

In tegenstelling tot een gewone werkloze mocht een SWT-er omvangrijke verbouwingswerken verrichten, als hij niet de bedoeling had om de woning te verkopen.

Vanaf 2015 kan een SWT-er echter geen activiteiten meer verrichten die betrekking hebben op zijn eigen bezit, wanneer die activiteiten de waarde van het bezit zouden laten toenemen.

Degenen die al SWT-er waren vóór 1 januari 2015 én uiterlijk op 31 december 2014 60 jaar waren, kunnen wel nog verder activiteiten verrichten die betrekking hebben op hun eigen bezit, zelfs wanneer die activiteiten de waarde van het bezit zouden laten toenemen. Betrokkenen mogen wel geen winstoogmerk hebben.

Bron: www.rva.be, infoblad ‘Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) (brugpensioen)  –  Wat verandert er vanaf 2015?’

Tags