Besox

Vrijstelling BV wetenschappelijk onderzoek: aantal verduidelijkingen door de fiscus

12 Juni 2015

De fiscus publiceerde onlangs een circulaire en een aantal veel gestelde vragen omtrent de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing bij wetenschappelijk onderzoek.

De circulaire heeft onder meer betrekking op de diplomavereisten en de berekeningsbasis van de vrijstelling.

Diploma

Afhankelijk van de hoedanigheid van de werkgever die de vrijstelling geniet, worden er verschillende diplomavereisten opgelegd. De circulaire verduidelijkt nu o.m. dat assistent-onderzoekers van erkende wetenschappelijke instellingen die houder zijn van een bachelordiploma ook in aanmerking komen voor de vrijstelling.

Berekeningsgrondslag

Voor de onderzoekers tewerkgesteld in privéondernemingen of in het kader van partnerschappen met hogescholen, universiteiten of erkende wetenschappelijke instellingen, wordt de vrijstelling berekend in verhouding tot de tijd die aan onderzoek en ontwikkeling wordt besteed.

Voor de erkende wetenschappelijke instellingen, de universiteiten, de hogescholen, FFWO/FFRS, FWO, FNRS-FRS-FNRS wordt het totaal van de toegekende bezoldigingen in aanmerking genomen als berekeningsgrondslag. De regel dat een assistent-onderzoeker of een postdoctoraal onderzoeker ten minste de helft van zijn tijd aan onderzoek en ontwikkeling moest besteden, werd afgeschaft.

Uit de FAQ’s die de fiscus publiceerde kunnen we onder meer afleiden:

  • dat de activiteiten van onderzoek en ontwikkeling niet noodzakelijk voor de werkgever zelf, maar ook op vraag van de klant van de werkgever kunnen gebeuren;
  • dat de onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten ook mogen gebeuren buiten de lokalen van de onderneming. Zo kan bijvoorbeeld een ingenieursbureau dat ingenieurs ter beschikking stelt aan een derde onderneming, de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing toepassen, mits naleving van alle wettelijke voorwaarden, op de bezoldigingen van de ingenieurs in kwestie, zelfs indien deze hun onderzoeks- en ontwikkelingstaken zouden uitoefenen in de lokalen van de derde onderneming;
  • dat de werkgever met alle rechtsmiddelen (behalve de eed) kan aantonen dat een werknemer effectief tewerkgesteld is als onderzoeker of wetenschappelijk personeel en hoeveel tijd zij effectief besteden aan onderzoek en ontwikkeling.

U kan alle FAQ’s raadplegen op de website van de FOD Financiën via volgende link: http://financien.belgium.be/nl/ondernemingen/personeel_en_loon/bedrijfsvoorheffing/vrijstellingen/onderzoek_en_ontwikkeling/

Bron: Circulaire nr. 17/2015 (nr. Ci.RH.244/635.467) van 8 mei 2015 en www.financien.belgium.be.

Tags