Besox

Toegang tot de Brusselse arbeidsmarkt voor Kroaten en langdurig ingezeten onderdanen

3 Oktober 2015
  1. Toegang tot de arbeidsmarkt voor Kroaten

Op 1 juli 2013 werd Kroatië lid van de Europese Unie. EU-onderdanen zijn in principe op basis van hun nationaliteit vrijgesteld van de verplichting om over een arbeidskaart te beschikken om als loontrekkende in België te mogen werken. België heeft echter in een overgangsperiode voorzien waarin het vrij verkeer van werknemers aan bepaalde beperkingen onderworpen is voor Kroatische onderdanen. Tijdens de overgangsperiode, van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2015, moesten Kroaten de eerste 12 maanden in het bezit zijn van een arbeidskaart B in een knelpuntberoep. Na deze 12 maanden kon de arbeidskaart B voor gelijk welk beroep worden toegekend.

Als gevolg van de zesde staatshervorming is de bevoegdheid met betrekking tot arbeidskaarten sinds 1 juli 2014 overgedragen aan de Gewesten. Ieder Gewest moest dus een beslissing nemen omtrent de eventuele verlenging van de beperking op de arbeidsmarkt voor Kroatische onderdanen. De Vlaamse Regering en Waalse Regering hadden reeds besloten naar aanleiding van het aflopen van de overgangsperiode voor onderdanen van Kroatië om deze overgangsperiode niet te verlengen. In zijn besluit van 9 juli 2015 kwam de Brusselse Regering tot dezelfde conclusie. Dit werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 september 2015.

Sinds 1 juli 2015 krijgen de onderdanen van de Republiek Kroatië vrije toegang tot de arbeidsmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vanaf deze datum zijn ze immers vrijgesteld van de verplichting om over een arbeidskaart te beschikken. De Brusselse Regering is tot dit besluit gekomen, omdat de arbeidsmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet werd beïnvloed door de instroom van Kroatische werknemers.

  1. Toegang tot de arbeidsmarkt voor langdurig ingezeten onderdanen

Langdurig ingezeten derdelanders zijn derdelanders die minstens vijf jaar ononderbroken en legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie en er kunnen voorzien in eigen behoeften. Het gaat dus om onderdanen die niet de nationaliteit hebben van één van de landen van de Europese Unie, maar die omwille van hun langdurig verblijf in een bepaalde lidstaat van de Europese Unie de specifieke status van langdurig ingezetene in die staat verkrijgen.

Tot en met 30 juni 2015 diende de langdurig ingezeten onderdaan die dit statuut had verkregen in een andere lidstaat en nadien een tweede verblijf in België wou aanvragen aan dezelfde voorwaarden te voldoen met betrekking tot werken als de burgers van een nieuwe unielidstaat. Dit betekende concreet dat ze de eerste 12 maanden dienden te werken met een arbeidskaart B in een knelpuntberoep. De arbeidskaart kon dan (binnen de 5 werkdagen) afgeleverd worden, zonder dat een arbeidsmarktonderzoek diende te gebeuren. Na 12 maanden effectieve en ononderbroken tewerkstelling kregen ze een arbeidskaart B voor gelijk welk beroep.

Er werd echter in een nieuwe regeling voorzien met betrekking tot langdurig ingezeten onderdanen met een tweede verblijf in België. De Brusselse Regering kwam net zoals de Vlaamse en Waalse Regering tot dit besluit om in overeenstemming te zijn met de Europese Richtlijn betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.

Vanaf 1 juli 2015 geldt er een vrijstelling van de arbeidskaart voor buitenlandse onderdanen die:

  • het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen;
  • voor zover ze gedurende een ononderbroken periode van 12 maanden tewerkgesteld zijn geweest met een arbeidskaart B in een knelpuntberoep.

Om deze periode van 12 maanden vast te stellen, worden volgende perioden gelijkgesteld met perioden van tewerkstelling:

  • volledige arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een beroepsziekte;
  • volledige arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval;
  • volledige arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een ongeval van en naar het werk;

die zich hebben voorgedaan op een moment dat de betrokkene op regelmatige wijze was tewerkgesteld door een in België gevestigde werkgever.

Bron: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt van langdurig ingezeten onderdanen en van onderdanen van een nieuwe Lidstaat van de Europese Unie, B.S. 14 september 2015.