Besox

Ontslag om dringende reden: hoever kan de rechter gaan in zijn beoordeling?

17 Oktober 2016

Een werkneemster in een grote supermarkt werd ontslagen om dringende reden omdat zij voor 55 EUR bonuspunten van klanten had overgezet op haar persoonlijke bonuskaart.

De werkneemster geeft de feiten toe, maar vindt een ontslag om dringende reden een te zware sanctie voor de door haar gepleegde fout. De werkneemster verwijst hierbij naar haar 22 jaar onberispelijke dienst en het feit dat zij ter gelegenheid van haar 20 jaar dienst nog uitgebreide lofbetuigingen kreeg van haar collega’s en de directie.

In eerste aanleg en in beroep kreeg de werkneemster gelijk: een ontslag om dringende reden zonder opzeggingstermijn of verbrekingsvergoeding is een te zware sanctie voor een dergelijk alleenstaand feit.

Ons hoogste rechtscollege, het Hof van Cassatie, is het hiermee niet eens. De rechtbanken mogen enkel oordelen of een fout ernstig genoeg is om de professionele samenwerking tussen werkgever en werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk te maken. Het komt evenwel niet toe aan de rechter om de proportionaliteit tussen de fout en de zware sanctie van een ontslag om dringende reden te beoordelen. Indien de rechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van een vertrouwensbreuk die een verdere samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt, is het ontslag om dringende reden per definitie gerechtvaardigd.

Hiermee lijkt het Hof van Cassatie een einde te maken aan de tendens in de rechtspraak die bij haar beoordeling van de dringende reden, ook de proportionaliteit onderzoekt tussen de fout en de gevolgen van het ontslag om dringende reden voor de werknemer.

Bron: Cass. 6 juni 2016, S.15.0067.F, www.juridat.be