Besox

Jaarverslag interne preventiedienst vóór 1 april 2015

23 januari 2015

In het kader van het welzijn van de werknemers op het werk dient elke werkgever te beschikken over een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze dienst moet tenminste bestaan uit een preventieadviseur die gekozen wordt uit de personeelsleden. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers kan de werkgever zelf de functie van preventieadviseur uitoefenen.

De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk is wettelijk verplicht om een jaarverslag op te maken met de activiteiten van het voorbije werkjaar. Met dat verslag krijgen de werkgever en het comité voor preventie en bescherming op het werk een goed zicht op de werking van de dienst.

Het ingevulde model van jaarverslag over de werking van 2014, ondertekend door de werkgever en het hoofd van de preventiedienst, moet vóór 1 april 2015 overgemaakt worden aan de regionale inspectiedienst van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk binnen de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Ondernemingen met een comité voor preventie en bescherming op het werk moeten het jaarverslag eerst nog ter goedkeuring voorleggen aan de leden van het comité. De ingevulde modellen mogen ook elektronisch worden toegezonden, maar ook dan dient het jaarverslag eerst gevalideerd te worden door de werkgever.

Op dit ogenblik loopt er een studieproject om de inhoud van dit jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk te moderniseren en om de weg voor elektronische behandeling mogelijk te maken.

De modelformulieren en de verklarende nota, die richtlijnen geeft voor het invullen van de verschillende rubrieken, zijn beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg via de module ‘Procedures en formulieren’ – trefwoord: jaarverslag – jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk – dienstjaar 2014.

Bron: www.werk.belgie.be