Besox

Aanvullende vergoeding SWT: herwaarderingscoëfficiënt voor 2020

6 Januari 2020

SWT-ers hebben enerzijds recht op een maandelijkse werkloosheidsuitkering ten laste van de RVA. Anderzijds ontvangen zij een aanvullende vergoeding ten laste van hun werkgever of een Sociaal Fonds. Het wettelijk minimumbedrag van de aanvullende vergoeding stemt overeen met de helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering. Het nettoreferteloon is gelijk aan het begrensd brutoloon van de refertemaand verminderd met de sociale zekerheidsbijdragen en de bedrijfsvoorheffing.

Op 1 januari van elk jaar worden zowel het begrensde bruto maandloon dat in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van het nettoreferteloon als de aanvullende vergoeding herzien.

Voor 2020 wordt een herwaarderingscoëfficiënt van 1,0128 voorzien.

De verhoging van de aanvullende vergoeding ziet er als volgt uit:

  • de aanvullende vergoeding werd berekend op basis van het loon van een refertemaand vóór 1 januari 2019: herwaarderingscoëfficiënt van 1,0128;
  • de aanvullende vergoeding werd berekend op basis van het referteloon van de maanden januari, februari en maart 2019: herwaarderingscoëfficiënt van 1,0096;
  • de aanvullende vergoeding werd berekend op basis van het referteloon van de maanden april, mei en juni 2019: herwaarderingscoëfficiënt van 1,0064;
  • de aanvullende vergoeding werd berekend op basis van het referteloon van de maanden juli, augustus en september 2019: herwaarderingscoëfficiënt van 1,0032;
  • geen herwaardering indien de aanvullende vergoeding werd berekend op basis van het loon van een refertemaand van het laatste kwartaal van 2019.

Het grensbedrag van het bruto maandloon bedraagt vanaf 1 januari 2020 € 4.084,55.

Bron: CAO nr. 17/39 van 17 december 2019 tot wijziging en uitvoering van de CAO nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.

Tags